‘Ongelukkig en beklagenswaardig het koude hart dat slechts dorst naar kennis! Ach wat baat het mij om te weten dat de zon om de aarde draait, of de aarde om de zon, indien ik door de kennis van deze dingen de dagen verlies die mij zijn gegeven om ervan te genieten?’ – Stendhal (Henry Beyle) in één van de brieven aan zijn zusje Pauline ‘om haar hart en haar verstand te vormen’

Enkele zinnen die Galeano schrijft.

‘Writing is tiring, but it consoles me.’
‘Cold intensifies poverty.’

Kom ik met deze zinnen iets te weten over Galeano? Kom ik dichterbij? Of zou hij morgen het omgekeerde kunnen schrijven (spreekwoordelijk, hij stierf in 2015), en gaat het om de woorden in het moment? Als een voorbijgaande emotie. Als je me zeven jaar geleden gevraagd zou hebben, wie lees je het liefst, wiens boek had je willen schrijven, was het antwoord Eduardo Galeano, Memory of Fire.

Soms valt niet uit te leggen welk effect een schilderij op je heeft, en waarom, zo begint Knausgård een boek over Munch, en legt het dan uit. Iedereen begrijpt de zichtbare wereld zoals hij haar zelf waarneemt. Munch schilderde dat, de zichtbare wereld en dat waarmee zijn blik geladen was. Galeano’s Kroniek van het vuur is magisch, geladen, omvat de geschiedenis van de amerika’s en dat waarmee Galeano’s blik geladen was. Het leest alsof je op blote voeten door scherven loopt.

Wat is waar? Alles is waar. Niks is waar. Alles klopt, schrijvend maak je het waar. Je kneedt de geest, deeg rijst. Waar, zonder schrijfwerk, zijn feiten. Parijs is de hoofdstad van Frankrijk. Patrick van Caekenbergh is een kunstenaar die ik niet ken. Ik kom hem tegen in een essaybundel, Kwakman schrijft hem mijn leven in.

Zoals ik me voorstel dat een visser te werk gaat – hij neemt een potje aas mee als hij gaat vissen – doe ik dat met woorden die ik tref in boeken. Ik tref woorden in boeken. Caekenbergh. Vind een plaatje van de kunstenaar die ik niet ken. De man draagt een hoed, een uitklapbaar meubel, met allerlei lades en laatjes. Zijn hoofd, de hoed, bevat alle kennis.

Google, Bert Jansen, Caeckenbergh. De man heeft een ‘fatale ordeningsdrift’. Die zinsnede trekt me aan, ik wil alles daarover lezen.

‘In ‘Chapeau!’ (Petje af!) uit 1988-89 bijvoorbeeld speelt Van Caeckenbergh de tragische rol van de Rus Sjeresjevski, de man-die-niets­ vergeten-kan. Als hij een menukaart voor zich krijgt ziet hij niet alleen weer alle situaties terug waarbij hij de gerechten eerder heeft gegeten, hij ruikt ze ook en hij herinnert zich de gesprekken met zijn toenmalige tafelge­noten. En dat allemaal geconcentreerd in een moment. Hij gaat op bedevaart om van zijn hyperamnesie te genezen. Zijn bagage bestaat uit een hoge hoed, uitklapbaar tot een opbergmeubel met honderden laatjes en reageerbuisjes. Verder heeft hij een wandel­stok in de ene hand en in de andere draagt hij een megafoon en een opgerold tapijt. Op pleisterplaatsen tijdens zijn wereldreis door de encyclopedie van Diderot rolt hij zijn tapijt uit en roept hij de dorpelingen bijeen. In een urenlang relaas ontrafelt hij dan de explosie van synesthesie die zich in een enkele seconde in zijn geheugen afpeelt. Op die manier probeert Sjeresjevski zijn geheugen te ordenen en daarbij negentig procent van de informatie te vergeten, zoals anderen dat ook doen.’

Een lezer leeft makkelijk, benut de ordeningsdrift van de schrijver. Een lezer is lui. Ik google 50 keer op een dag, daarvoor heb ik trefwoorden nodig, die vind ik in boeken. Bestaat zoiets als ‘fataal lezen’? Don Quichot las te veel boeken. Madame Bovary las te veel boeken. Je slaat één kop af (boek uit, weg ermee), er groeien tien koppen terug.

Galeano zou kunnen schrijven over een visser die niet met een potje aas, kronkelende wormen, vist maar met zijn tong; die met zijn hoofd boven het wateroppervlak zou zweven waarna een meerval naar de oppervlakte komt, als in een schilderij van Escher (Drie werelden, 1955). Dat zou waar zijn. Alles wat hij in Memory of fire schrijft heeft een bron. Hij las dus graag.