De boom laat ons het uitzicht na
op zijn afwezigheid, lucht waarin
alles, ook het grootste, ooit ver-
dwijnt. Het water kon de spiegeling
niet binden, hij trok zijn blad steeds
meer in takken terug. Schim van zich-
zelf gaf hij ten slotte ruimte aan
het grotere dat in hem drong. Wie
hem mist voelt zich met hem verhuisd.
Tom van Deel, Iep aan een kade
[op de vraag aan haar welk gedicht van hem ze zou voorlezen aan iemand die zijn werk niet kent]