Er was een tijd dat je vijf boeken kon lenen, ik ben vergeten hoe lang: twee weken, drie weken, zoiets. De kaft van elk boek was beplakt met plastic (associatie: gelamineerde vettige menukaart). Er hing een blaadje in met gestempelde data. Ik trof zo’n boek in een kastje buiten. Het was vochtig. Net neergezet? Mijn lezen hangt af van toeval, geluk, wat me op een dag toevalt. Voorin zat een stempel ‘afgeschreven’ en een wit etiket met een getypt excerpt: ‘Beschrijving van één dag uit het onvoorstelbaar harde leven van een gevangene in een Siberisch strafkamp ten tijde van Stalin.’ Het boek kende een imperatief: terugbezorgen op 8 mei in een bepaald jaar. Ik stopte het in mijn rugzak. Dat ik één dag van mijn leven kan besteden aan het lezen van één dag in het leven van Ivan Denisovitsj, een ZEK, een strafkampgevangene, beschouw ik als even raadselachtig als kijken naar de reiger die bij het grasveld vol molshopen stond. Ik maakte een foto en knikte naar het huis bij het kastje.
[Eén dag van Ivan Denisovitsj, Alexander Solzjenitsyn]