‘Ruth Lasters (ze schrijft het pas als ze het ziet)’ – bijzinnetje bij een naam in De geheimen van de literatuur, Roel Richelieu van Londersele, dat maakt dat ik onmiddellijk Ruth Lasters wil lezen, en dat kan, ik steel van de dieven (schrijftip in De geheimen van de literatuur), ik bezit een wachtwoord waarmee ik een gat in het hekwerk knip, boeken als rijpe sinaasappelen uit de boom schud, het is een dierbaar bezit, dat wachtwoord, ik lees wat Ruth Lasters gezien heeft een halve minuut nadat ik haar naam voor het eerst hoorde en een hunkering haar te ontmoeten in me opkwam. Ik open de kluis:

Allen

Misschien worden wij mensen almaar ouder

uit ingebouwde hunkering om heel de soort

te ontmoeten. Misschien is inmiddels gemiddeld 80

worden hier een vergeefse, absurde poging om

eigenlijk de leeftijd van 260 te bereiken, nodig om als enkeling

heel de mensheid te kunnen groeten,

gerekend één seconde per

handdruk – oogopslag. (Rekenfouten, excuus, onder meer

onze miljardenaangroei tussen nu en dan werd niet

becijferd.) Feit: we krijgen het nooit ingehaald, nooit ontmoet

één iemand allen. En was het maar díé nederlaag die hoogbejaarden

gebogen naar de grond doet lopen eerder dan

wervelslijt.