Ik kopieer het leven, mijn leven, het leven van duizenden, ik sta op, ga naar werk, kom thuis, eet, lig – wandel door de dagen. In de winter in het donker. Weinig meegemaakt, ja, het dagelijks leven meegemaakt, de bloemen, bomen, vogels, schrijft Koos van Zomeren in het boek waarin hij zijn dagen met zijn hond beschrijft. En dat is de bedoeling. ‘Als je meer wilt meemaken moet je maar op een ambulance gaan werken.’ Eén dag niet werken betekent een woestijn van warmte en tijd in wit neonlicht. Ik zuig traag ijsschaafsel door een roodwitgestreept rietje (stevig kartonnen kokertje waarin je een liefdesbrief kan versturen), roer loom door de berg slagroom die als klodder scheerschuim op de slush drijft. ‘Koel’ staat op de beker, een pictogram in de vorm van een ventilator vervangt de O. Alles in de vernieuwde Hema ademt Amerika, jaren 50, een diner, het felle witte neonlicht, het plastic, de lichte kleuren, de ijsdrank, de éénwoordige neonversieringen ‘lekker’, ‘feest’, ‘baby’. Als ik het rietje tussen mijn vingers heen en weer beweeg, slingert zich een hypnotiserende roodwitte helix langs een kapperspaal omhoog (rood vanwege bloed, aderlaten, kleine chirurgische ingrepen, die kappers vroeger uitvoerden, vertelt mijn Machientje). In het uur dat ik de hoge kruk bezet houd bestellen tientallen mensen een broodje door op een groot scherm te tikken. Op één dag: 70 kip, 35 gezond, 14 eiersalade, vertelt de vrouw die de broodjes uitdeelt. Ze serveert het liefst één bonnetje uit, dan heb je gevoel dat je iemand helpt. Ik knik. Samen zwijgend aan één bestelling werken lijkt mij bevredigend: de één snijdt plakjes ei, de ander smeert een lepel mosterd op de binnenkant van een broodje, de derde vult een beker ijs, knijpt druppels hotdogsaus in een gat waarin iemand anders de worst laat glijden. Fabriekje. Ik draai me naar het raam, dat binnen weerspiegelt, lees in de comfortabele warmte (buiten 0 graden, grauwblauw) dat Koos van Zomeren in 1987 lekker een kopje thee drinkt, een roomboterkoekje eet, muziek luistert. Zijn hond legt zijn kop op zijn benen, hij zijn hand op zijn kop, de hond zal nog ongeveer vier jaar leven. Hij heeft 34 briefjes bij belangwekkende pagina’s gestoken. Primo Levi. Is dit een mens? ‘Iedereen ontdekt vroeg of minder vroeg in zijn leven dat het volmaakte geluk onbereikbaar is, maar weinigen staan stil bij de tegenovergestelde gedachte: dat hetzelfde geldt voor het volmaakte ongeluk.’ Het getal 34 en 35 gaan in mijn hoofd een verbinding aan. De hema bestaat 100 jaar, We leven nu zingt Guus Meeuwis. Honderd jaar liefde voor het dagelijks leven.