De volledige mens werkt met wat er is, is daarmee één, zonder het te verduisteren, zonder zich ermee te bemoeien, hij verricht geen wonderen, loopt niet op water, wekt de doden niet uit hun graf, weet niets van de dood, veel van het leven, zijn vreugden en smarten, zijn schoonheid en lelijkheid. Zijn ‘wonderen’ zijn volkomen menselijk. Hij wijst de weg door wat hij is en zoals hij is.
We kunnen besluiten ons dagelijks leven te aanvaarden zoals het komt, als een oefening in discipline. We beginnen met drie maanden, want anders lijkt het algauw een eeuwigheid en vergeten we het even snel als de goede voornemens bij het nieuwe jaar. We hoeven in die tijd niets bijzonders te bedenken. Gewoon ons dagelijks leven leiden, maar met vaste tijden van opstaan en naar bed gaan. Het is belangrijk de routine te leven zoals ze is, zonder de dingen naar onze hand te zetten, zoals we ze beter vinden, of efficiënter of makkelijker uit te voeren. Alles te laten zoals het is en gewoon ons uiterste best doen. Wanneer we op die manier beperkt zijn in onze bewegingsvrijheid zijn emotionele reacties tegen dat keurslijf onvermijdelijk en normaal. Het is een onderdeel van de discipline om als een soort tuierpaal [paal waaraan je een dier vastzet om te grazen] te dienen en ons aan te leren soepel te functioneren in omstandigheden met een beperkte vrijheid, omstandigheden die wij als ongunstig beschouwen.
Een tweede doel van een dergelijke discipline is dat we moeten leren kwade buien te herkennen, ze te aanvaarden en te verduren, ze uit te lijden, zonder ze tot een uitbarsting te laten komen of ze te onderdrukken. In feite moeten we ze ter wille zijn. Dit kan niet genoeg benadrukt worden en is erg moeilijk te begrijpen — Irmgard Schloegl (The Zen Way)
[via Jan Bor]