Bernlef vergeet zijn paspoort. Het ligt nog in het hotel. Hij komt daar pas achter in de stationshal. Reisangst vergalde vroeger ‘ieder verblijf buitenslands’ — en ook nu, hoewel het document al lang weer veilig in zijn binnenzak zit, plaagt die reisangst hem nog uren. Dan schrijft hij ‘om de paar minuten fladderen mijn handen langs de zakken van mijn jas en broek terwijl ik een vreselijk gevoel van paniek ervaar dat wegzakt zodra ze de gezochte voorwerpen gevonden hebben. Het is alsof mijn geheugen het keer op keer begeeft.’ Wat een treffende waarneming. Waarom onthoudt je brein niet of je die ochtend wel of niet je paspoort in je binnenzak hebt gestoken? Als je geheugen naar behoren zou functioneren was paniek onnodig. Misschien vloeit angst voort uit de angst voor een voortdurend haperen van het geheugen, een immer aanwezig gevoel dat je je geheugen niet kunt vertrouwen, waardoor je deels jezelf verliest — en minder met de nabije toekomst: de vervelende situatie zonder reispapieren te reizen etc.
[bij het lezen van De ruïnebouwer, Bernlef]