De regenboog wordt er niet minder mooi om als je die ontrafelt —Richard Dawkins, God als misverstand

De goede gebeurtenissen op een dag zijn vaak een momentopname, kleine dingen die ik waarneem en die mijn geest nadrukkelijk in zich opneemt — zoals Jimmy Corrigan bewust de microfoon van een taperecorder in de lucht steekt en bewust vogelgeluid opneemt. Gisteren zag ik, zittend op een bankje aan de kade om de hoek bij de Oude Waal — ik neem ruim de tijd om op werk te komen, pauzeer halverwege — de lange lijnen waarover Thomas Rosenboom schrijft in De grote ronde, een wandeling (Van Oorschot, Terloops). Vlak boven het water van de gracht zijn lijnen gespannen waaraan drenkelingen zich kunnen vasthouden. De voorgaande weken zat ik op dezelfde plek, ziende blind, nu zag ik het in volle glorie, in scherp ochtendlicht, vlak boven het water. De bewegende zon en het bewegende water projecteerden bewegende lijnen op de kademuur, zilveren schaduwen, een golvend patroon, kabbelend en geometrisch. Strikt gesproken was er sprake van een spiegeling, geen schaduw, de lijnen zijn van metaal. Het tafereel stemde me tevreden. Sterker, gelukkig. Ik kwam iets wat ik had gelezen meteen de volgende dag tegen. De zon stond precies goed. Ik kan niet door een verrekijker kijken, dan zie ik het hert of het vogeltje niet, of ik zie het heel kort, en dan verdwijnt het uit de cirkel, een kleine verschuiving van de verrekijker katapulteert het object van begeerte mijlenver uit zicht, alsof de werkelijkheid niet wil dat ik haar met verrekijkers te lijf ga, too obvious, te jagend, te vermoeiend voor de armen, het geknepen oog, de bril die botst met de kijker, het rubberrandje. Ik zit en ze overvalt me. En toch is het geen toeval. Iets zien in de fysieke wereld kan voelen als bovennatuurlijke extase, ontzag dat dit allemaal is. Rosenboom doet nog een prachtige waarneming in het boekje, over de straten in het Wallengebied, niet ver van waar ik zit: elke week of om de paar dagen ververst zich de enorme toeristenstroom die over de wallen sjokt of onder het spoor richting het IJ loopt waar de riviercruiseboten aanmeren. ‘De buurt heeft in zekere zin de frisheid van een stromend beekje.’ Ik maak foto’s en een filmpje van de kade. Met de telefoon als loep onder mijn neus zie ik thuis, aan het einde van de dag, in alle moeheid en rust (of eigenlijk best gehaast, ik ervaar een harteklopversnelling) een wonderschoon detail: een kleine kassei met drie andreaskruizen, bij een staander van de brug. Ik zou er een A6-envelop op kunnen leggen en het Amsterdamse logo kunnen arceren. Het is wonderschoon omdat ik het ter plekke niet zag en mijn apparaat het toch voor me mee naar huis heeft genomen.

[De grote ronde van Thomas Rosenboom eergisteren aangetroffen in het kastje bij de rotonde bij tankstation Peut in Noordwijk (2,24 euro per liter)]